Maar waarom dan?

Welllicht hebben jullie de blog Van wie moet dat dan? gelezen. Een blog waarin ik deze quote centraal stelde. Heel vaak kwam ik op hetzelfde antwoord uit: ik moet het van mezelf. De logische daarop volgende vraag was: maar waarom dan? Ik ben de afgelopen tijd aan de slag gegaan met deze vraag.

Ik kom uit een no nonsense gezin. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Mijn vader heeft altijd hard gewerkt voor zijn centen en was veel van huis. Mijn moeder zorgde voor het gezin en toen we groter waren, was ze ook niet te beroerd om te werken. We hadden geen overdaad, maar we kwamen ook zeker niets te kort. Werken voor je geld, een heel normale zaak. Net als eerlijk zijn, beleefd zijn en respect hebben voor andere mensen en oudere mensen in het bijzonder. Normen en waarden, niets meer dan normaal. Deze dingen neem je allemaal mee op je eigen weg naar volwassenheid.

Maar op deze weg naar volwassenheid, ga je ook eigen gedachten en ideeën vormen. Je kunt je niet altijd meer altijd vinden in de gedachtengang van je ouders en dat lijkt me ook een gezonde ontwikkeling. Iedere generatie geeft zijn of haar eigen draai aan het leven.

Een van die dingen waar ik anders over ben gaan denken is het moeten van dingen. Veel mensen van onze vorige generatie zijn er vaak van overtuigd dat je dingen moet doen, omdat dit nu eenmaal zo hoort. Dat je daar niet onderuit kunt. Wat zullen anderen er wel niet van zeggen of over denken als je iets niet doet? Over het algemeen maakt het mij niet zoveel uit wat anderen denken of zeggen. En tóch merk ik bij het stellen van de vraag “Van wie moet dat dan?” dat heel af en toe die overtuiging een beetje naar boven komt. Heel minimaal, maar het zit er onbewust toch een beetje in.

Tegenwoordig probeer ik vaker te denken: ik moet niets (op enkele verplichtingen na waar ik niet onderuit kan). Ik mag, ik wil of ik kan is een heel andere benadering. Ik moet niet naar een feestje, ik kan naar een feestje. Ik moet niet vanalles plannen op een dag, ik wil vanalles plannen op een dag. Ik moet me niet opgeven om met activiteiten mee te doen, ik mag me opgeven om mee te doen. Ik moet niet sporten, ik wil sporten.

Als je het woordje moet vervangt door mag, wil of kan, kom je al gauw tot de ontdekking dat het helemaal niet zo erg is, als het eens een keertje niet lukt. Er is niets mis mee om voor jezelf te kiezen. Om erachter te komen, dat vandaag iets niet gaat lukken, wat je eigenlijk wel gepland had. Morgen is er weer een dag.

En zo ben ik met twee simpele vragen “Van wie moet dat dan?” en “Maar waarom dan?” weer een stuk dichter bij mezelf gekomen.

Moeten ga ik negeren. Mogen, willen en kunnen ga ik introduceren!

IMG_2392

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s